Meer over de natuuronderzoekers

Natuur onderzoeken was vroeger iets voor jongens? Welnee: Maria Sybilla Merian onderzocht onderzocht al in 1680 het wonder hoe een rups verandert in een vlinder. Behalve bioloog was ze ook kunstenares. Ze maakte prachtige schilderijen van bloemen, van rupsen en vlinders.

Alleen de slimste dieren en planten overleven. En slim ben je, als je je zelf aanpast. Dat ontdekte Charles Darwin tijdens zijn grote wereldreis op de zeilboot 'The Beagle'.

Een belangrijk onderzoek van Darwin was naar verschillende soorten vinken (soort vogel) op de Galapagoseilanden. Op het ene eiland waren veel insecten. Daar hadden de vinken een snavel die handig was om insecten te vangen.

Op het andere eiland waren veel zaden. Daar hadden de vinken een snavel die handig was om zaden te kraken.

In de middeleeuwen was de biologie nogal onoverzichtelijk. In Vlaanderen noemden ze het lieveheersbeestje 'kapoentje'. En in andere talen natuurlijk weer anders. Carolus Linneaus was een belangrijke natuuronderzoeker die het planten- en dierenrijk in families opdeelde, en ze allemaal een dubbele Latijnse naam gaf. Het eerste deel van de naam had te maken met de familie waar die toe behoorde. Het tweede deel met het kenmerk.

Zo heet de kauw: Corvus Monedula: Corvus staat voor 'familie van de raaf' en 'Monedula' voor centenpikker. Dat doen kauwen kennelijk graag. Met de namen van Linneaus konden Russische en Nederlandse biologen met elkaar praten over hetzelfde dier.


Gelukkig kun je nog steeds bioloog worden. Gerrit Jan de Bruyn is zo'n bioloog. Hij deed veel onderzoek in de duinen naar vossen, mieren en groene spechten. Gerrit Jan vindt het ook heel belangrijk dat kinderen op onderzoek uit gaan. Hij is een van de grondleggers van het scholenprogramma 'Het Bewaarde Land'. Met dit programma ga je drie dagen de natuur in om op onderzoek uit te gaan. Wat je dan allemaal beleeft, dat is heel bijzonder.







Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen